Active Support: effecten en ervaringen
Alliade wil cliënten graag zorg bieden die goed werkt en die goed bij ze past. Daarnaast vindt Alliade het belangrijk dat medewerkers zich handelingsbekwaam voelen en dat ze plezier hebben in hun werk. Een goed werkende begeleidingsmethodiek die op de specifieke doelgroep is afgestemd en zorgt voor een duidelijke, duurzame manier van werken, kan hieraan bijdragen.
Waarom een begeleidingsmethodiek gebruiken?
Met een methodiek werken begeleiders samen vanuit dezelfde visie en uitgangspunten. Ook biedt een methodiek handvatten om cliënten op een eenduidige manier te ondersteunen in hun dagelijks leven. Daarnaast geeft een methodiek houvast om de begeleiding, doelen en het welzijn van cliënten te evalueren en de zorg en ondersteuning zo nodig aan te passen.
Werkt Active Support?
Bij eerder onderzoek naar begeleidingsmethodieken kwam Active Support als beste uit de bus voor de ondersteuning van mensen met een lichte en matige verstandelijke beperking (LVB en MVB). Uit meerdere onderzoeken blijkt dat er positieve ervaringen zijn met Active Support. PWO gaat nu verder onderzoeken of Active Support goed werkt voor cliënten met LVB en MVB en voor de begeleiders, locatiehoofden en gedragskundigen die bij hen betrokken zijn.
Wat houdt Active Support in?
Active Support is een stimulerende begeleidingsmethodiek die aansluit bij de behoeften, mogelijkheden, interesses en voorkeuren van de cliënt. De focus ligt op wat iemand wél kan en empowerment en inclusie spelen een belangrijke rol.
Begeleiders ondersteunen de cliënt bij het versterken van zijn of haar talenten en vaardigheden, het maken van eigen keuzes, opdoen van nieuwe ervaringen en ondernemen van activiteiten. Zo krijgt de cliënt steeds meer eigen regie en grip op zijn of haar eigen leven.
Samenvatting
-
Wat was de aanleiding voor het onderzoek?
Alliade wil cliënten graag zorg bieden die goed werkt en die goed bij ze past. Daarnaast vindt Alliade het belangrijk dat medewerkers zich handelingsbekwaam voelen en dat ze plezier hebben in hun werk. Een goed werkende begeleidingsmethodiek die op de specifieke doelgroep is afgestemd en zorgt voor een duidelijke, duurzame manier van werken, kan hieraan bijdragen.
Uit eerder onderzoek naar begeleidingsmethodieken blijkt dat Active Support de best onderbouwde optie is voor cliënten met LVB en MVB. Daarom gaat Alliade deze methodiek inzetten op LVB- en MVB-locaties.
Uit meerdere onderzoeken blijkt dat er positieve ervaringen zijn met Active Support. PWO gaat nu verder onderzoeken of Active Support goed werkt voor cliënten met LVB en MVB en voor de begeleiders, locatiehoofden en gedragskundigen die bij hen betrokken zijn.
-
Wat zijn de onderzoeksvragen?
Implementatie en uitvoering
- Wordt Active Support goed geïmplementeerd en uitgevoerd zoals de ontwikkelaars van de methodiek dat voorschrijven?
Cliënten
- Neemt de kwaliteit van leven voor cliënten toe door Active Support?
- Versterkt de methodiek de vaardigheden en eigen regie van cliënten?
- Zorgt de methodiek dat cliënten meer activiteiten ondernemen?
- Zijn cliënten tevreden over de begeleiding volgens Active Support?
Begeleiders en organisatie
- Vergroot Active Support de handelingsbekwaamheid en het werkplezier van begeleiders?
- Zorgt de methodiek voor minder verloop en verzuim onder begeleiders?
- Wat zijn de ervaringen van begeleiders, locatiehoofden en gedragskundigen met Active Support?
-
Wat is de meerwaarde van het onderzoek voor de cliënt, verwant en/of zorgmedewerker?
- Met een methodiek die goed bij de cliënt past, kan zijn of haar kwaliteit van leven toenemen.
- Doordat een methodiek een duidelijke werkwijze en verschillende handvatten biedt, kan ze de handelingsbekwaamheid en het werkplezier van begeleiders vergroten.
- Een passende, goed werkende methodiek zorgt voor een eenduidige, efficiënte manier van werken, die nodig is om de uitdagingen in de gehandicaptenzorg (zoals minder begeleiders, meer complexe zorgvragen en minder geld) het hoofd te bieden.
- Door het onderzoek weten we beter of Active Support een positief effect heeft voor cliënten, begeleiders en de organsiatie.
-
Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Wie voeren het onderzoek uit?
- Het onderzoek wordt uitgevoerd door een projectteam van PWO, met daarin senior onderzoekers, een gedragskundige-onderzoeker, logopedist-onderzoeker en junior onderzoeker.
- De cliëntenraad van Alliade en leden van LFB Wolvega (de belangenvereniging voor en door mensen met LVB) geven advies over de gesprekken die met cliënten worden gehouden en over de manier waarop de uitkomsten van het onderzoek met cliënten worden gedeeld. Ze zijn ook als mede-onderzoekers aanwezig bij de gesprekken met cliënten.
Wie nemen deel aan het onderzoek?
Het onderzoek vindt plaats op LVB- en MVB-locaties van Alliade: woningen in reguliere woonwijken waar meerdere cliënten samen wonen, waarbij ze worden ondersteund door begeleiders.Deelnemers aan het onderzoek zijn cliënten en begeleiders, locatiehoofden en gedragskundigen die bij de locaties betrokken zijn.
Hoe ziet het onderzoek eruit?
- Met een checklist kijken de onderzoekers of Active Support op de deelnemende locaties goed wordt geïmplementeerd en uitgevoerd.
- Cliënten vullen vragenlijsten in en hebben gesprekken met de onderzoekers.
- De onderzoekers bekijken in de cliëntdossiers hoeveel en welke activiteiten cliënten ondernemen.
- Begeleiders, locatiehoofden en gedragskundigen vullen vragenlijsten in en worden door de onderzoekers geïnterviewd.
- In de personeelssystemen van Alliade kijken de onderzoekers naar het verloop en verzuim onder begeleiders die met Active Support werken.
-
Wat is de stand van zaken?
De belangrijkste uitkomsten tot nog toe
Uit interviews met cliënten en medewerkers op verschillende locaties blijkt dat zij over het algemeen positief zijn over de uitgangspunten van Active Support. Vooral de positieve benadering, het kijken naar talenten en interesses en het meer betrekken van cliënten spreken aan. Tegelijkertijd is Active Support op veel locaties nog onvoldoende onderdeel van het dagelijks werken. Daardoor ervaren cliënten nog weinig concrete verandering.Verwachtingen vóór de scholing van medewerkers
Voorafgaand aan de scholing verwachtten cliënten dat ze:- Meer gehoord en betrokken zouden worden.
- Beter zouden samenwerken met hun begeleiders.
- Meer vaste begeleiders en meer tijd en aandacht zouden krijgen.
- Meer mogelijkheden zouden krijgen om zich te ontwikkelen.
- Meer rust en duidelijkheid zouden ervaren.
Medewerkers verwachtten vooral nieuwe manieren te leren om positief naar cliënten te kijken en samen met hen doelen op te stellen. Ze zagen Active Support ook als een nuttige opfrisser. Wel waren er vooraf al vragen over de beschikbare tijd en over de manier waarop de methodiek in zorgplannen, de dagelijkse begeleiding en ONS moest worden opgenomen.
Ervaringen na de scholing
Medewerkers vinden dat Active Support goed aansluit bij de doelgroep en bij veel onderdelen van hun bestaande werkwijze. Die herkenning zorgt voor bewustwording, maar kan ook weerstand oproepen: sommige medewerkers zien onvoldoende wat Active Support toevoegt aan wat ze al doen.De scholing wordt overwegend positief beoordeeld. Toch blijkt het lastig om de kennis daarna zelfstandig in praktijk te brengen. Na de scholing neemt de aandacht vaak af. Active Support komt niet structureel terug in teamoverleggen en medewerkers missen terugkomdagen, casusbesprekingen, verdieping en uitwisseling met andere locaties. Ook tijdgebrek en onvoldoende sturing vanuit managers, coördinatoren zorg en gedragskundigen belemmeren de invoering.
Ervaringen van cliënten
Veel cliënten kennen de naam Active Support niet of kunnen niet aangeven welke veranderingen ermee samenhangen. Ze ervaren sinds de invoering weinig of geen duidelijke verandering.De talentenposter wordt meestal positief ontvangen. Cliënten vinden het prettig om te bespreken wat ze goed kunnen en leuk vinden. Maar voor sommige cliënten zijn de vragen te abstract of is de vorm te kinderachtig. Bovendien leidt het gesprek over talenten en wensen nog niet altijd tot concrete doelen, activiteiten of andere zichtbare vervolgacties.
Veel cliënten weten niet of voor hen een activiteitenplan is gemaakt. Dit wijst erop dat ze nog niet altijd actief betrokken zijn bij het invullen en gebruiken van de hulpmiddelen.
Gebruik van hulpmiddelen
De talentenposter is het meest gewaardeerde hulpmiddel. Medewerkers kunnen deze vaak aanpassen aan de cliënt, maar hebben moeite met cliënten die weinig taal gebruiken of abstracte vragen lastig vinden.Andere hulpmiddelen worden minder goed toegepast:
- Bij positieve beeldvorming vinden medewerkers het soms moeilijk om voorbeelden te bedenken.
- Het activiteitenplan wordt bij relatief zelfstandige cliënten geregeld als overbodig gezien.
- Doelen sluiten vaker aan bij wensen en interesses van cliënten en worden positiever geformuleerd.
- De stap van doelen naar concrete instructie- of gelegenheidsplannen wordt nog onvoldoende gezet.
- Sommige hulpmiddelen zijn alleen voor de scholing ingevuld, zonder actieve betrokkenheid van de cliënt.
Organisatorische knelpunten
Een terugkerend probleem is dat Active Support nog onvoldoende in ONS is geïntegreerd. Documenten staan soms alleen in fysieke mappen of worden niet geüpload. Daardoor ervaren medewerkers de methodiek als extra werk in plaats van als onderdeel van het gewone zorgproces.Ook de voorbereiding van locaties bleek belangrijk. Locaties die laat hoorden dat Active Support werd ingevoerd, hadden moeite om scholingen in de roosters in te passen. Dit leidde tot weerstand en onduidelijkheid. Bij medewerkers en cliënten ontstonden hierdoor ook misverstanden over het doel van het onderzoek en over wie verantwoordelijk was voor de uitvoering.
-
Hoe wordt het onderzoek gefinancierd?
Het onderzoek wordt gefinancierd door ZonMw (projectnummer 11070012310011) en de afdeling PWO van Alliade.